In-Gent

‘We zijn hier op zoek naar een veilige plek’

‘We zijn hier op zoek naar een veilige plek’

Een traumatisch verleden, diploma’s die niet altijd erkend worden en culturele verschillen. De zoektocht naar een job voor asielzoekers ligt vol hindernissen. Toch slaagden Shadi, Fayez en Jihad erin een nieuwe carrière te beginnen in België.Shadi zwom naar Griekenland, is nu redder in Mortsel

‘Mijn Nederlands moet nog beter’

Shadi is groot en atletisch, een uitstekend zwemmer. Hij heeft er zelfs zijn leven aan te danken. Op de vlucht uit Syrië zwom hij van de zuidkust in Turkije naar het kleine Griekse eiland Kastellorizo. “Zeven kilometer was het, enorm zwaar”, vertelt hij. “We waren met drie, we hebben het gelukkig allemaal gehaald.”

Op 12 oktober 2015 kwam hij aan in België. “Mijn verjaardag”, lacht hij. Hij verbleef eerst een half jaar in een asielcentrum in Sint-Niklaas en verhuisde daarna naar Mechelen. Hij volgde intens Nederlands en kon al vrij snel aan de slag in een middelbare school in Betekom. Eerst als vrijwilliger, later ook betaald, stond hij de turnleerkracht bij in de OKAN-klassen voor anderstaligen. “Allemaal nieuwkomers.”

Na een jaar liep het contract af. Shadi volgde een cursus via de VDAB om redder te worden. “Ik kende de theorie al van in Syrië. Al heb ik veel nieuwe woorden moeten leren.” De hulp die hij kreeg van de VDAB was voor hem van goudwaarde. “Mijn jobcoach zei me dat ze in het nieuwe zwembad van Mortsel nog redders zochten. Ook kreeg ik goede tips om te solliciteren. Hoe maak ik een cv? Hoe verloopt zo’n gesprek? Ik heb het gehaald.”

Het eerste jaar in België was erg moeilijk, vertelt hij. “Elke nacht had ik slechte dromen, er zijn veel familieleden en vrienden gestorven in Syrië. We zijn naar hier gekomen op zoek naar een veilige plek. Niet voor het geld. Dat moeten de mensen weten.”

Hij wil nu een nieuwe leven in ons land uitbouwen, stap voor stap. Eerst de taal leren, nu een vaste job om rond te kunnen komen. En dan… Hij blijft hopen om weer aan de slag te kunnen als leerkracht. “Dat is wat ik het allerliefste doe.” Zijn bachelordiploma lichamelijke opleiding is intussen erkend in ons land. “Maar mijn Nederlands moet nog beter, hopelijk binnen een jaar of vijf is het zover.”

Fayez is advocate, start nu eigen cateringbedrijf

‘Koken is het liefste wat ik doe’

Fayez is sinds vorig jaar in ons land. Zij reisde met haar vier kinderen haar man achterna, die anderhalf jaar eerder overkwam. “Eerst wilde ik de taal leren”, vertelt ze. Werk vinden dat aansluit bij haar opleiding is bijzonder moeilijk. Ze studeerde rechten in Damascus en Erbil. “Maar ik zou hier twee jaar extra moeten studeren om mijn diploma te laten erkennen.”

Ook als vrouw is het niet altijd evident. “We hebben niet veel tijd, we moeten vaak voor de kinderen zorgen”, zegt ze. “En de hoofddoek is een probleem bij sollicitaties. Veel mensen kijken een beetje raar.”

Ze nam zelf het heft in handen. Ze kreeg hulp via het starterslabo, een proefproject dat werkzoekenden ondersteunt als ondernemer. Ze begint nu haar eigen cateringbedrijf, met vanaf 7 januari een popup-restaurant. “Koken is het liefste wat ik doe.”

Jihad plukte fruit, staat nu in de keuken

‘Nu help ik ook het eten klaarmaken’

In 2014 kwam Jihad aan in België. Hij groeide op in een Palestijns vluchtelingenkamp in Libanon. Studeren was er moeilijk, een diploma haalde hij niet. En een vaste baan vinden was al helemaal onmogelijk. “Er is een lijst van jobs die verboden zijn voor vluchtelingen.” Hij werkte links en rechts in het zwart, vooral in de fruitpluk.

Jihad had geen opleiding of ervaring, toch heeft hij al meer dan twee jaar een vaste job in een restaurant in Bornem. Hij volgde een inburgeringscursus en leerde Nederlands. Via het OCMW van Puurs werd hij in contact gebracht met Axel, de eigenaar van het restaurant. “Ik kon beginnen aan de afwas. Nu help ook ik mee het eten klaarmaken. Axel is echt een goede baas. Ik kan veel leren.” Hij hoopt dat zijn vrouw later ook kan werken, op een secretariaat. “Maar nu nog niet, ze moet de komende weken bevallen.”

Bron: de Morgen 18/12/2018

mm

Arent Meirhaeghe Communicatiemedewerker IN-Gent

.