In-Gent

Van vluchteling tot schooldirecteur

Van vluchteling tot schooldirecteur

Startende directeur Sahadi Daria wil dat kinderen vroeg hun talenten ontdekken, dat leraren en ouders graag op school komen. Zijn eigen tocht van vluchteling tot directeur is daar niet vreemd aan.

‘Directeur, jij hebt niet op school gezeten en toch heb je een chille job. Waarom moeten wij dan elke dag ons best doen?’ vragen mijn leerlingen van basisschool De Apenstaartjes soms. Dan vertel ik over mijn snelcursus onderwijs.

“’Wat jullie in 15 jaar aan kennis verzamelen, moest ik dubbel zo snel doen’, lach ik. Daardoor weet ik wat je nodig hebt om op school te slagen. Slim zijn is niet genoeg. Je moet je talenten ontdekken, respect tonen, keihard werken en een sterke studiemethode kweken. Hoe vroeger je dat alles vindt, hoe beter. Want ik wil niet dat jullie later stukken in de nacht moeten blokken of pas na 6 omwegen ontdekken dat humane of elektriciteit je studierichting is.’ Dan zie ik in hun ogen dat die boodschap binnenkomt.”

Dromen aan de schoolpoort
“Het gekke is: ik zat zelf nooit in een basisschool. Mijn ouders waren voortdurend op de vlucht. Eerst opgejaagd wild in Afghanistan, daarna vertrokken voor een illegale tocht door de wereld. Als vluchteling was ik in geen klas welkom. Wist ik veel dat een kleuterklas vol met piepkleine stoelen en -toiletten stond. Of dat kinderen zelf met het idee komen om een rustige groene speelplek te maken. En dat er een schoolbib is met kinderboeken waar ik in een korte pauze in mijn eentje gelukzalig zit te bladeren.”

Als vluchteling was ik in geen klas welkom. Wist ik veel dat een kleuterklas vol met piepkleine stoelen en -toiletten stond.

Sahadi Daria – Directeur SBS De Apenstaartjes
“Als kind verdiende ik een handvol munten door kartonnen dozen of blikken te verzamelen, in de bouw te werken of in een atelier broeken te naaien. Lange dagen, hard werk. Soms verkocht ik bloemen aan de schoolpoort. Terwijl ik droomde van het leven aan de andere kant van het hek, van ouders met wie ik hand naar school wandel. Maar wist: die droom komt nooit uit.”

Een opgestoken middelvinger
“Pas op mijn vijftiende, toen ik samen met mijn zus als niet-begeleide vluchteling toevallig in België belandde, zat ik voor het eerst op de schoolbanken. Mijn klasleraar vroeg me om mijn naam op te schrijven, maar ik begreep haar niet. Ik voelde me niemand. En werd onderweg naar school nagewezen op straat. Niet door iedereen natuurlijk, maar 1 opgestoken middelvinger volstaat om je dagen slecht te voelen.”

“Een paar leraren wezen me de deur: je snapt er toch niets van. Maar de meeste leraren namen tijd voor me. Ze offerden een uurtje van hun drukke weekend op om me te helpen met rekenen of taal en organiseerden gratis huiswerkklassen. Ze gaven me een kaartje om een half uur langer te werken op examens, ook zonder diagnose van dyslexie of ADHD. Die leraren hielden me aan boord. Voor hen beet ik door. “

Coachen met wankele woorden
“Na OKAN trok ik naar de hotelschool. Veel praktijk en ik kreeg er op de koop toe eten. De eerste twee jaar voelde ik me onzeker en onwennig. Maar mijn klasgenoten werden vrienden. Ik kwam zelfs bij hen thuis, de nieuwkomer met de joggingbroek. Ik leerde ze wat hard studeren was, zij corrigeerden mijn zinnen of legden me wiskunde uit.”

“Dankzij mijn klasgenoten begon ik me hier thuis te voelen, dankzij mijn leraren ontdekte ik mijn talenten. Dat ik een sportieve durfal was, daar viel niet naast te kijken. Maar mijn leraar L.O. keek voorbij mijn wankele woordenschat en zag een goede coach in mij. Ik mocht een groepje klasgenoten op sleeptouw nemen en motiveren. Dat leraren zoveel impact kunnen hebben, raakte me zo diep dat mijn professionele droom snel vast lag. Leraar worden, om evenveel te betekenen voor andere kinderen.”

“Ik koos na een algemeen zevende jaar bso voor de lerarenopleiding, L.O.. En snelde er op dag één bijna weer weg. Maar zo hard ik twijfelde over mijn Nederlands, zo zeker was het afdelingshoofd: ‘Jij blijft hier. Ik zag hoe jij met die kinderen omging. Dat talent wil ik niet verliezen’. Ik bleef, blokte me in het eerste jaar door 9 herexamens en studeerde af. Na een professionele odyssee voorbij jeugdwerk, OCMW, steunpunt radicalisering en een OKAN-school, solliciteerde ik vorig jaar voor directeur in het basisonderwijs.”

Matchingsgesprekken met school
“Stedelijk Onderwijs Antwerpen wil de juiste directeur in de juiste school en organiseert matchingsgesprekken tussen kandidaat-directeurs en scholen. Ik zocht een warme school waar ik mijn ervaringen met culturen kon uitspelen. Het team van basisschool Apenstaartjes keek uit naar een directeur met een frisse blik en feeling met superdiversiteit. Een mooie match! Zeker omdat ervaren beleidsmedewerkers en een jong, hardwerkend team me hier omringen en gul hun expertise delen. Want er is ontzettend veel wat ik nog niet weet.”

Mijn leraren maken tijd voor kinderen, geven extra uitleg na hun les, organiseren meisjesvoetbal. Dat wimpelen ze weg als kleinigheidjes. Mij ontroert het mateloos.

Sahadi Daria – Directeur SBS De Apenstaartjes
“Maar als ze vastlopen omdat een kind anders reageert dan verwacht, kan ik dat feilloos duiden. Dat een kind in sommige culturen nét uit respect niet in de ogen kijkt. Of dat een vader een andere visie op straffen heeft. Dat ik me als directeur kan inleven in verschillende culturen, geeft me een paar kleine passen voorsprong.”

“Als ik tijdens het schooljaar door de schoolgangen loop, zie ik leraren dagelijks doen wat andere leraren ooit voor mij deden. Tijd maken voor kinderen, extra uitleg geven na hun les, meisjesvoetbal, jazz dance of yogasessies organiseren tijdens de middag. Dat wimpelen ze weg als kleinigheidjes, part of the job. Mij ontroert het mateloos. Ze beseffen niet welk verschil ze daarmee maken. Daarvoor bedank ik ze. Complimenten kosten geen tijd maar duren lang.”

Ouders moeten naar school
“Erover waken dat mijn team – van leraar tot poetspersoneel – zijn energie houdt, alle talenten kan benutten en zich gewaardeerd voelt, zie ik als een kerntaak. Daarom steek ik heel veel tijd in gesprekken. Check ik bij collega’s wat ze volgend schooljaar willen doen, waarom ze iets niet zien zitten. Dat ze het niet altijd eens moeten zijn met me, maar het wel op tafel moeten leggen.”

“Ik speel zelf ook open kaart. Naar het team, naar ouders en leerlingen. Samen moeten we het doen. Daarom volstaan telefoons of mails naar het thuisfront niet. Ouders moeten naar school komen. Zodat onze afspraken sporen. Ik verzwijg daarbij niet dat mijn ouders er niet waren. Maar ook niet dat ik als leerling extra zorg nodig had om er te geraken. Grappig dat de leerlingen denken dat ik alles kan. Als ze weten dat ik met een kaartje extra tijd mocht kopen, plooien ze zichzelf ook nog eens dubbel.”

Bron: wwwklasse.be 29 september 2020
Foto: Ilias Teirlinck

mm

Arent Meirhaeghe Communicatiemedewerker IN-Gent

.