In-Gent

Blik onder de motorkap van de Vlaamse integratiemachine

Blik onder de motorkap van de Vlaamse integratiemachine

De affaire rond ‘subsidiekoningin’ Sihame El Kaouakibi jaagt een schokgolf door de Vlaamse integratiesector. Zijn er lessen te trekken uit de val van het ex-rolmodel? ‘Wij moeten schrapen voor elke euro subsidie. En zij kreeg zomaar miljoenen. Zonder vragen.’

Wat na Sihame? Het middenveld dat in ons land werkt rond het amalgaam inburgering, integratie, achterstelling en diversiteit kijkt met grote ogen naar het debacle rond de ‘donor darling’. De vrees overheerst dat de affaire-El Kaouakibi – van wie wordt vermoed dat ze met subsidies heeft gesjoemeld – tot fall-out in het hele veld zal leiden. De kwestie leidt tot hernieuwde kritiek op zowel het middenveld als het subsidiesysteem.

Het hoofdopzet van de ‘integratiemachine’ blijft het aanpakken van het grote pijnpunt van jaren. De achterstand in het onderwijs en op de arbeidsmarkt van nieuwkomers en mensen met migratieroots blijft in ons land bij de grootste in Europa.

Hoe zit het kluwen van overheidsinstanties, vzw’s en ook bedrijven ineen? En hoe stroomt het geld? Een zoektocht in vier vragen.

1. Wie zijn de belangrijke spelers?
In Vlaanderen zijn er twee sleutelspelers. Enerzijds is er het Agentschap Integratie en Inburgering – het Vlaamse ministerie – dat rapporteert aan minister van Inburgering en Gelijke Kansen Bart Somers (Open VLD). Het Agentschap is het onthaalbureau voor nieuwkomers dat instaat voor lessen Nederlands, cursussen maatschappijleer en loopbaanoriëntatie. Tegelijk is het het advies- en vormingsbureau voor lokale besturen en organisaties rond migratiethema’s en diversiteitsbeleid. Voor de duidelijkheid: de inburgering van nieuwkomers en het inzetten op een betere integratie van sommige groepen verschillen totaal in doelgroep en aanpak.

Het Agentschap bestaat pas sinds 2015. Daarvoor was een kluwen van vzw’s in verspreide slagorde actief. De Vlaamse overheid koos ervoor alles te fuseren tot één Agentschap. De officiële reden was professionalisering omdat er in het geheel weinig lijn en efficiëntie zat. Er is een uitzondering gemaakt voor de steden Antwerpen en Gent die hun aparte integratiebureaus mochten behouden.

De tweede sleutelspeler is het Minderhedenforum. Dat is ruw geschetst een lobby-organisatie voor mensen met migratieroots. Het Minderhedenforum was jarenlang de bevoorrechte partner van de Vlaamse overheid. Die status gaf recht op overheidsgeld via een apart Vlaams decreet.

Het Minderhedenforum zit in een overlevingsstrijd. De nieuwe Vlaamse regering wilde af van het forum dat het als vastgeroest en achterhaald beschouwde. Werken rond afkomst of achtergrond alleen – organisaties als de Turkse Unie – zou niet langer op subsidies kunnen rekenen. Het nieuwe buzz-woord was inclusief – iedereen met elkaar.

Dik anderhalf jaar na het aantreden van de regering zit het dossier in een dikke mist. Toen Vlaanderen er vorig jaar voor koos het Minderhedenforum te droppen voor de nieuwe speler Join.Vlaanderen kwam daar zoveel kritiek op dat Somers bakzeil haalde. Er lopen onderhandelingen tussen het Minderhedenforum en Join.Vlaanderen om samen tot een nieuwe structuur te komen.

Uiteraard houdt het niet op bij het Agentschap Inburgering en het Minderhedenforum. Daarrond cirkelt een ecosysteem van ‘sociaal-culturele’ organisaties die uit de Vlaamse wetgeving rechten trekken op subsidies. Daarnaast is er een kluwen van initiatieven en projecten die gefinancierd worden door andere Vlaamse departementen, de privésector of een mix van de twee.

Een nieuw fenomeen zijn vehikels zoals die rond El Kaouakibi. Die vertrekken vaak van de visie van één opmerkelijke figuur die met een goed verhaal overheids- en bedrijfssponsors lokt. Een vergelijkbaar initiatief is A Seat at the Table, dat de missing link wil zijn tussen jongeren en bedrijven. Sinds kort is er ook Capital, dat kansarme jongeren wil leren hoe ze financieel zelfstandig kunnen zijn. Nog een voorbeeld is Molengeek – leren programmeren in Molenbeek.

Die nieuwere initiatieven zijn niet alleen buitenbeentjes omdat ze rond één of meer rolmodellen draaien. Ze vertrekken ook meer vanuit een Angelsaksische visie op zelfredzaamheid. Denk aan het Brusselse Toekomstatelier dat kinderen actief leert kennismaken met alle opties op de arbeidsmarkt. Of Duo for a Job, dat jongeren met migratieachtergrond koppelt aan een ouder iemand bij de zoektocht naar een job.

Die aanpak zet zich af tegen het idee van minderheden als slachtoffers die vooral beschermd moeten worden. Dat maakt het aantrekkelijk voor de bedrijven. Die vonden dat het middenveld vaak te snel de racismekaart trok.

De rode draad is dat jongeren vooral een netwerk ontberen om door te stoten op de arbeidsmarkt. Bij het klassieke middenveld is niet iedereen even opgezet met de in hun ogen simplistische kijk van de nieuwkomers. Jongeren dansprojecten aanbieden, zoals Sihame doet, is hip, maar is het echt een alternatief voor het aanpakken van complexe fenomenen als armoede en achterstelling, wordt opgeworpen.

2. Hoeveel geld gaat erin om?
Het valt onmogelijk precies te bepalen hoeveel middelen precies vloeien naar integratie, inburgering en alle uitdagingen die de migratiesamenleving met zich meebrengt.

Dat heeft weinig met geheimzinnigheid te maken. Het thema is zo breed en vaag dat er niet zomaar een hekje valt rond te zetten. Inburgering, integratie en inclusie gaan van taal- en inburgeringscursussen voor vluchtelingen en EU-burgers over huiswerkbegeleiding tot straathoekwerk. De geldstromen zijn een rivierdelta waarvan de armen uitwaaieren over alle niveaus: bedrijven, steden en gemeenten, provincies, regio’s, federaal en Europees.

Beperken we ons tot Vlaanderen. De grootste stroom vloeit via het kabinet-Somers. Het Agentschap Integratie en Inburgering krijgt jaarlijks 58,5 miljoen euro, de twee bureaus in Antwerpen en Gent 20,5 miljoen en het Minderhedenforum 715.000 euro. Die centen dienen vooral om de werking en de personeelsleden (bij het Agentschap ruim 700) te betalen. Het totale budget inburgering en integratie bedraagt 83 miljoen euro.

Tegelijk zijn er tientallen sociaal-culturele organisaties. Zij zijn officieel erkend, wat hen een trekkingsrecht geeft op een subsidiepot van 58,6 miljoen euro via het departement cultuur, jeugd en media. Dat middenveld bestrijkt zowat elk maatschappelijk onderwerp – van milieu, klimaat en vegetarisme over mensen-, vrouwen- en kinderrechten tot de Vlaamse Beweging. Daarbij horen ook een aantal organisaties die specifiek rond migratie, integratie en diversiteit werken. Maar ook anders georiënteerde vzw’s integreren die thema’s in hun werking.

Daarnaast zijn er budgetten via werk en onderwijs. Via de arbeidsbemiddelaar VDAB en externe partners gaat er 25 miljoen euro naar taalversterking en 8 miljoen naar jobcoaching voor gelijkaardige profielen. Het kabinet-Onderwijs meldt dat het ongeveer 2 miljoen euro uitgeeft aan projecten rond integratie en inclusie.

Dat is allerminst een volledig beeld. Alle departementen hebben eigen subsidiepotjes. En ook niet-erkende organisaties krijgen via aparte kanalen middelen toegestopt. Zo gaf Vlaanderen tussen 2012 en 2020 via de beleidsdomeinen jeugd, onderwijs, media en cultuur 850.000 euro aan vier vzw’s rond El Kaouakibi.

Ook een pak andere initiatieven kregen steun. Het Toekomstatelier kreeg in 2018 50.000 euro Vlaamse steun. Capital kreeg voor drie jaar 300.000 euro. ASATT ontving 142.000 euro voor twee jaar.

Hoewel de puzzel dus zeker niet volledig gelegd is, blijkt het niet om monsterbedragen te gaan. ‘Het zijn zelfs borrelnootjes als je kijkt welke subsidiestromen er naar andere domeinen vloeien’, zegt een Vlaamse topambtenaar. Volgens berekeningen van minister van Begroting Matthias Diependaele (N-VA) geeft Vlaanderen over alle domeinen 13,3 miljard euro uit aan subsidies.

3. Wie controleert?
De Vlaamse officieel gesubsidieerde organisaties zitten in een strak carcan. ‘Jaarlijks worden we streng op onze uitgaven gecontroleerd. Er zijn meerdere controlemechanismen ingebouwd rond onze financiën, zoals het inleveren van bewijsstukken en een revisor die ons volledig doorlicht’, stelt directeur ad interim van het Minderhedenforum Kathleen Van Den Daele.

Elk Vlaams departement wordt geacht zijn subsidiestromen te controleren. Daarnaast is er met Audit Vlaanderen een extra waakhond. ‘Wij kunnen het proces rond de toewijzing, de controle en de opvolging van subsidies door de administratie en lokale besturen onder de loep nemen. Maar het is ons niet toegestaan ter plekke gesubsidieerde vzw’s te gaan onderzoeken’, zegt de administrateur-generaal van Audit Vlaanderen Mark Vandersmissen.

Het strakke keurslijf voor de erkende sector maakt het ongeloof en de woede over El Kaouakibi nog groter. ‘Wij moeten schrapen voor elke euro subsidie en hebben voltijds volk aan de slag om de papiermolen rond subsidies en controles te beheren’, klinkt het. ‘Het is ongelooflijk dat El Kaouakibi via een resem departementen bijna 1 miljoen euro Vlaamse subsidies kreeg. Via welk decreet dan? En werd er dan niet gecontroleerd?’

Hoe is dat mogelijk? ‘Kijk, er wordt gecontroleerd en de meeste stromen hebben we in kaart gebracht. Maar tegelijk zijn die stromen ook zo groot, versnipperd en complex dat je toch niet altijd precies weet hoe een en ander in elkaar steekt. Het kan dus dat af en toe iets blijft liggen’, zegt een Vlaamse topper uit de administratie.

Het is opvallend dat niemand durft uitsluiten dat er in de nabije toekomst nog malversaties opduiken. Dat wijst erop dat er ondanks scherpe controles de nodige transparantie-issues blijven. Tegelijk is de inschatting wel dat de miljoenen euro’s die naar El Kaouakibi gingen ‘uniek, hoogst uitzonderlijk en een niet uit te leggen aberratie’ zijn. De topambtenaar: ‘Ook al gingen de meeste middelen via de stad Antwerpen, ook de Vlaamse overheid staat in haar hemd.’

4. Wat levert het op?
De harde conclusie is dat er voor twee cruciale integratiemotoren – onderwijs en werk – een grote kloof blijft tussen mensen zonder en met migratie-achtergrond. Bij de interpretatie van cijfers hoort altijd een slag om de arm omdat de statistieken vaak gaan over mensen uit recente migratiestromen. De tweede, derde en vierde generatie vallen buiten de statistieken.

De trends zijn wel duidelijk. De werkzaamheidsgraad van mensen geboren buiten de EU lag in 2020 op 59,2 procent. Bij Vlamingen zonder migratieroots was dat meer dan 76 procent. Daarmee bengelen we onderaan in het Europese peloton. Een lichtpunt is dat de tewerkstelling van migranten de voorbije jaren steeg. Al blijkt er veel investering nodig voor een beetje return. Van bijna 30.000 werkzoekenden met taalachterstand die vorig jaar instroomden bij VDAB en partners was een op de drie na zes maanden aan het werk.

Het onderwijs geeft eenzelfde beeld. Op het vlak van de ongelijkheid horen we bij de vijf slechtste landen van de OESO.

Zijn het dan allemaal nutteloos bestede miljoenen? Peter De Cuyper van de onderzoeksinstelling HIVA (KU Leuven) schreef in opdracht van de Vlaamse overheid enkele dikke rapporten om tot een kader te komen voor de evaluatie van het integratie- en inburgeringsbeleid. ‘Onder meer Nederland bundelt via de website Movisie best practices voor overheden. Dat zou ook bij ons een meerwaarde kunnen zijn.’

‘Binnen onze bevoegdheden worden de aanbevelingen gebruikt voor de werking van onze agentschappen’, reageert het kabinet-Somers op de vraag wat met de rapporten gebeurd is. ‘We kunnen natuurlijk niet exact zeggen hoe het er aan toegaat in organisaties die elders subsidies krijgen.’

Rendementsdenken rond sociale thema’s is volgens De Cuyper in opmars. ‘Zeker bij Europese subsidies moet je bij tegenwoordig ook altijd aangeven hoe je de resultaten wilt meten.’

Die resultatendrang sijpelt door in het middenveld. ‘Hoeveel volk hebben we bereikt met een webinar of event? Dat is een klassieker om output aan te tonen. Maar dat heeft niks te maken met waar het echt om gaat, verbetering op lange termijn’, luidt het bij een middenveldspeler. ‘Moet het dan in excel-sheets zichtbaar worden? De realiteit is ook dat iemand de gaten moet vullen die de overheid laat liggen. Je kunt ook zeggen dat er al winst is door te verhinderen dat een probleem nog erger wordt.’

Nijpend of zeurend probleem? Het is verleidelijk voor politici snel met wat subsidies te strooien. Zeker als het project gelinkt is met een flashy rolmodel met wie ze op korte termijn politiek kunnen uitpakken. ‘De Vlaamse ministers hebben hun eigen gereguleerde subsidiecircuit omzeild door parallel met figuren als El Kaouakibi in zee te gaan en enorme bedragen toe te schuiven. Zonder enig bewijs van competentie. Het is in hun gezicht ontploft.’

Het Sihame-debacle is het sein voor de klassieke spelers om grote vraagtekens te zetten bij nieuwere projecten. Omgekeerd is er even weinig liefde verloren. ‘Ik zie vzw’s met budgetten van een half miljoen tien activiteiten per jaar doen’, luidt het.

Rond Sihame cirkelden ook privéspelers en sponsors. Die ontpoppen zich tot actievere spelers rond diversiteit. Maar het is onzeker of dat tot hogere efficiëntie leidt. Een en ander is dan wel in een modern jasje gestopt – officieel om zelf meer diverse werkvloeren te krijgen – maar vaak blijft het toch vooral klassieke liefdadigheid. Zoals Sofina zegt over zijn betrokkenheid bij de nieuwe vzw Capital: ‘Dit is filantropie.’

‘Toch zullen ook projecten als Capital en ASATT moeten leveren’, zegt de arbeidsmarktexpert Jan Denys. ‘Uiteindelijk presteerden de VDAB en haar partners de voorbije jaren goed in de jobbegeleiding van profielen. Dat wordt wel eens vergeten.’

Boven de integratiesector cirkelt ook een existentiëler debat. Wat is minderhedenbeleid nog waard als in de grote steden meer dan de helft van de kinderen intussen migratieroots heeft? Wat is dan nog het nut van een apart doelgroepenbeleid rond diversiteit en inclusie?

bron: De Tijd / 10 april 2021 / Dries Berboet

mm

Yusuf Doğan

.